Onderzoeksvraag: afbakenen, uitschrijven, operationaliseren

Heb jij moeite met het maken van een operationalisatieschema? Vaak komt dat doordat de onderzoeksvraag niet goed is uitgewerkt. Bijvoorbeeld een vage en brede onderzoeksvraag zoals: ‘Hoe voorkom je voedselverspilling?’. Als je zo’n vraag wilt operationaliseren loop je vast. Want wat is voedselverspilling? Dat is niet helder te maken als je niet precies aangeeft ‘wie’ dat voedsel verspillen. Ook moet je afbakenen in welke context ‘ze’ dat doen. Als dat duidelijk is, kun je ook goed operationaliseren.

In deze blog laten we zien hoe je een ‘aantrekkelijk onderwerp’ uitwerkt naar een concrete onderzoeksvraag. Daarna lichten we toe hoe die onderzoeksvraag leidt naar een operationalisatieschema.

Afbakenen

De meeste scripties beginnen ermee dat je een interessant onderwerp vindt, bijvoorbeeld ‘voedselverspilling’. Daarover is ontzettend veel informatie te vinden. Je kunt er, zogezegd ‘een bibliotheek mee vullen.’. Dat is veel teveel voor één scriptie. Je moet de vraag dus gaan afbakenen.

Het afbakenen van een vraag bestaat uit twee processen:

1. Door je vooronderzoek krijg je meer inzicht in het probleem en wat je wilt onderzoeken.

2. Je moet op basis van dat inzicht je vraag concreet en specifiek maken.

laptop en boeken

1. Vóóronderzoek naar de onderzoeksvraag

Soms tref je als student een opdrachtgever met een mooi afgebakende onderzoeksvraag waarmee je zó aan de slag kan gaan. Helaas is dat in 95% van de gevallen niet zo. Je moet dan als student zelf uitzoeken wat je precies gaat doen.

TIP: Kies een onderwerp waar je een goed gevoel bij hebt! In het vooronderzoek ga je dat heel precies uitwerken tot een onderzoeksvraag.

Vooronderzoek doe je om het onderwerp te verkennen. Begin met in kaart brengen wat er al bekend is – dat hoef jij dus niet meer te onderzoeken! Het is heel makkelijk om je resultaten meteen op te slaan in een APA bronnenlijst. Ook in wetenschappelijk onderzoek kun je gerust beginnen met Google: dáár zie je welke partijen actief zijn binnen een bepaald onderwerp. Sommige bronnen zullen aanvaardbaar zijn voor je scriptie, zolang ze maar voldoen aan de AAOCC criteria. Daarna stap je over op Google Scholar om de wetenschappelijke onderzoeken te vinden, of via databanken via jouw universiteit. Lesboeken en PPT’s van colleges zijn ook heel goede bronnen voor modellen en theorieën. Die zijn namelijk door de opleiding zelf aanbevolen.

HBO’ers zijn vaak praktisch gericht: die moeten ook zoeken in de online databank van de mediatheek. Voor een hbo-student is ook de hbokennisbank.nl handig: daar vind je vaak scripties over vergelijkbare onderwerpen! Universitaire studenten kunnen gebruik maken van universitaire scriptiebanken. Daarnaast zijn er voor ieder vakgebied specifieke bronnen, zoals bijvoorbeeld Pubmed of Marketline, die je kunt raadplegen.

laptop met ingezoomd de literatuur
thesis marktonderzoek

Het probleem achter het probleem

Bij onderzoek voor bedrijven, zien we vaak dat het als eerste genoemde onderwerp niet het werkelijke probleem is dat moet worden opgelost. Het is dan de taak van de student om de situatie van het bedrijf of de afdeling in kaart te brengen en helder te krijgen. Met andere woorden: ‘Wat is het probleem, achter het probleem?’.

Bijvoorbeeld: een bedrijf dat industriële machines verkoopt, geeft aan dat ze ‘veel actiever willen worden op social media’. De student vraagt door en laat in gesprekken de bedrijfscoach verschillende cijfers en informatie zien die hij met deskresearch heeft gevonden. Hierdoor wordt het probleem steeds helderder: het bedrijf wil niet speciaal actief zijn op social media, ze willen vaker gebeld worden door mensen die zich oriënteren op de aankoop van deze machines of er interesse in hebben. Het onderzoeksprobleem wordt dan ‘Met welke specifieke campagne kunnen we de (potentiële) inkopers van deze machines nieuwsgierig maken naar ons aanbod?’.

Een vooronderzoek vraagt tijd: denk aan zo’n 20 uur, verdeeld over 2 tot 3 weken.

2. Maak de vraag concreet en specifiek

Als je wat zicht hebt op je onderwerp en het achterliggende probleem, moet je ervoor zorgen dat de onderzoeksvraag de juiste maat heeft. Hij moet niet te groot zijn, maar ook niet te klein, om er op af te studeren. Bijvoorbeeld de vraag ‘Hoe voorkom je voedselverspilling?’ is te groot: die kun je niet in een onderzoekje van drie maanden beantwoorden. Met behulp van de bekende afkorting SMART kun je de vraag downsizen.

De S van SMART staat voor specifiek. Wat wil je precies onderzoeken? Om dat vast te leggen moet je omschrijven waar je het over hebt. Daarbij moet je afbakenen: wat hoort wel en wat hoort niet bij je onderzoek?  Bijvoorbeeld: wáár wil je voedselverspilling voorkomen? In de supermarkt, in restaurants, in studentenhuishoudens?

Naast afbakenen moet je ook precies omschrijven waar je het over hebt. Wat versta je onder voedselverspilling? Hoe definieer je dat? Dit noemen we operationaliseren. Een operationalisatieschema (zie hieronder) is daarbij een handig hulpmiddel.

M staat voor meetbaar. Een meetbare onderzoeksvraag is handig. Denk bijvoorbeeld aan: ‘Hoe kunnen we de voedselverspilling in Nederlandse huishoudens van 20 -30 jarigen met 10% doen afnemen?’. Op meetbare vragen krijg je concrete antwoorden en heldere adviezen.

A staat voor attractief en actueel. Heel vanzelfsprekend: kies iets waar mensen mee bezig zijn (actueel) en wat je leuk vindt (attractief). Anders wordt het een taai stuk werk.

R staat voor relevant. Het onderzoek wat je doet moet op een of andere manier zinvol zijn voor een bedrijf, een organisatie, de samenleving. Wie kan gebruik maken van je uitkomsten? In het geval van de voedselverspilling gaat het misschien om de 20 – 30 jarigen die hun gedrag kunnen veranderen. Bij een machinefabriek help je de afdeling marketing om meer resultaat te boeken. Voor die doelgroep moet je scriptie dus relevant zijn.

T staat voor tijdgebonden. Om welke termijn gaat het? Wil je dat de machinefabriek binnen een maand, een jaar of vijf jaar meer telefoontjes krijgt? De tijdshorizon bepaalt hoe je het onderzoek inricht en met welke adviezen je zult komen.

Wat is operationaliseren?

Of je nu academisch of hbo-niveau werkt, je zult in je scriptie duidelijk moeten maken wáár je het over hebt. De ingewikkelde begrippen die je gebruikt, moet je helder maken. Dat helder maken noemen we ook wel operationaliseren. Op hbo-niveau is dat vaak simpeler dan op WO-niveau. In de basis verloopt het echter hetzelfde.

De eerste stap in het operationaliseren is het geven van definities. Een definitie benoemt heel precies wat je onderzoekt. Gebruik daarbij – waar mogelijk – definities van gezaghebbende auteurs, instanties of onderzoekers. Bijvoorbeeld:

“Voedselverspilling -en verlies”: het niet consumeren of verspillen van voedsel over de gehele voedselketen, zonder duidelijke reden of oorzaak (FAO, 2017).

Op WO-niveau gaat operationalisatie een stap verder. Daar werkt je als student met abstracte concepten en stel je vaak een conceptueel model op. Voorbeelden van zulke abstracte concepten zijn bijvoorbeeld ‘vertrouwen’, ‘kwaliteit van leven’ of ‘hartfalen’. In het vooronderzoek zoek en ontwikkel je de modellen die je wilt toetsen. Om deze concepten te definiëren gebruik je meestal literatuuronderzoek. Je kijkt wie er onderzoek heeft gedaan naar dit onderwerp en hoe deze onderzoeker de concepten definieert. Zoek bij voorkeur naar onderzoekers die al naam hebben gebouwd in een bepaald vakgebied!

Tip: In een zogeheten systematic review vind je een overzicht van alle onderzoek dat naar een bepaald onderwerp is gedaan. Daar zie je ook wie de gezaghebbende onderzoekers zijn.

Als de gevonden definiëring niet goed bij jouw onderzoek past, dan kun je een compleet kwalitatief onderzoek doen om het concept goed te definiëren. Dat houdt vaak ook in het ontwikkelen van onderliggende dimensies, subdimensies en een bijbehorende vragenlijst.

Vaker doen studenten kwantitatief onderzoek met behulp van vragenlijsten en modellen die al door anderen ontwikkeld zijn. Dat is logisch anderen al tientallen mensjaren onderzoek op een bepaald terrein hebben gedaan. Je gebruikt dus de uitkomsten uit eerder onderzoek, de zogeheten ‘existing body of knowledge’. Om dat in kaart te brengen moet je online databases en vakbladen doorspitten.

twee mensen bezig met onderzoek

Van dimensies naar variabelen

Voor statistische analyses heb je data nodig. Je moet dus gaan meten. Het is natuurlijk mogelijk om je eigen vragenlijst te maken, je eigen meetinstrument. Het is praktischer om de vragenlijst te gebruiken die al door een wetenschapper ontwikkeld is. Vragenlijsten geven uitkomsten – cijfers – die zijn gekoppeld aan variabelen. Een variabele is simpelweg: ‘dat wat je wil meten’. In hbo-onderzoek gebruiken we meestal eenvoudige variabelen, zoals bijvoorbeeld: de populariteit van een social media post. Die meet je met behulp van twee variabelen: het aantal views en het aantal likes die sinds de plaatsing zijn gegeven.

In universitair onderzoek werken we vaak met complexe variabelen die met even complexe vragen worden geoperationaliseerd. Bijvoorbeeld in een onderzoek naar werkmotivatie bij de politie werd de variabele ‘psychologisch contract’ onderzocht. Deze variabele werd, op basis van de literatuur opgedeeld in twee dimensies: organisatieverplichtingen en werknemersverplichtingen. Deze dimensies werden op hun beurt weer onderverdeeld in een aantal subdimensies. Hoe dat is gedaan zie je in de onderstaande tabel.

Operationalisatieschema voorbeeld

Voorbeeld operationalisatieschema van het begrip psychologisch contract

Tabel 1. Operationalisatieschema van het begrip psychologisch contract

Om tot concrete scores te komen, maakte de onderzoeker gebruik van een eerder ontwikkelde vragenlijst gebruikt. Daarbij werd de tevredenheid van de medewerkers gemeten door middel van vier deelvragen die ieder beantwoord werden op een vijfpuntsschaal. De scores op deze vraag werden bepaald door in SPSS het gemiddelde te berekenen van de antwoorden.

De subdimensie ‘inhoud van het werk’ werd vertaald in de volgende vier deelvragen:

  1. In hoeverre heeft de organisatie voldaan aan de verplichtingen, ten aanzien van afwisselend werk?
  2. Hoe belangrijk vindt u de verplichtingen, ten aanzien van afwisselend werk?
  3. In hoeverre heeft de organisatie voldaan aan de verplichtingen, ten aanzien van uitdagend werk?
  4. Hoe belangrijk vindt u de verplichtingen, ten aanzien van uitdagend werk?

Foto scriptiebegeleidster Mirjam Broekhoff
Geschreven door scriptiebegeleidster Mirjam Broekhoff

In dit artikel las je dat het ontwikkelen van modellen, concepten en dimensies altijd maatwerk is. De keuzes die je maakt hangen af van de onderzoeksvraag die je wilt beantwoorden. Daarom is het noodzakelijk om die vraag goed af te bakenen. Als dit goed is gedaan, kun je met behulp van de literatuur vaak relevante modellen en meetinstrumenten vinden.

Vind je het lastig en kom je er niet helemaal uit? Onze professionele scriptiebegeleiders helpen je graag bij het formuleren van een werkbare onderzoeksvraag en een goed operationalisatieschema!

Topscriptie heeft al ruim 5.110 studenten geholpen aan een Topscriptie!

Helpen wij jou ook aan een TopScriptie? Neem contact met ons op!

Professionele hulp bij je scriptie

Een intakegesprek is altijd geheel vrijblijvend, we geven je graag meer persoonlijke informatie en een advies op maat, zodat je vooraf een goed beeld hebt bij wat we voor jou kunnen betekenen.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Professionele, betaalbare hulp bij je scriptie?
Meer

Helpen wij jou, net als 5.110 anderen ook aan een Topscriptie?

sluit
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.