Design
Door middel van een experiment zijn er voor dit onderzoek data verzameld. Er is gekozen voor het uitvoeren van een experiment omdat de experimentele methode de enige methode is waarmee causaliteit tussen narratieven, transportatie, zelfeffectiviteit en de intentie kan worden aangetoond. Er is gebruikgemaakt van een posttest-only between-subjects experimenteel design met twee condities. In het experiment is een vergelijking gemaakt tussen een experimentele conditie, die het narratief te lezen kreeg en een controleconditie, die een informatieve tekst zonder persoonlijke ervaring te lezen kreeg. De proefpersonen zijn gerandomiseerd toegewezen aan de verschillende condities.
Stimulusmateriaal
De experimentele conditie kreeg een narratief te lezen dat geschreven was vanuit een vrouwelijk persoon. De reden hiervoor is dat onderzoek heeft aangetoond dat wanneer het narratief vanuit een vrouw is geschreven, dit een groter effect heeft op zowel mannelijke als vrouwelijke proefpersonen (Dearborn, Panzer, Burleson, Hornung, Waite, & Into, 2006). De betreffende vrouw in het narratief vertelde over haar ervaringen wat betreft het voldoen aan de NNGB en welke positieve effecten dit op haar leven heeft gehad. De proefpersonen kregen één van de twee narratieven te lezen: één narratief was verteld door de vrouw zelf (persoonsvorm eerste persoon enkelvoud), in de andere narratief werd er door een ander persoon over de ervaringen van de vrouw en de voor haar positieve effecten op haar leven gesproken (derde persoon enkelvoud) (zie bijlage). De controleconditie kreeg geen narratief te lezen, maar kreeg een informatieve tekst zonder persoonlijke ervaring te lezen over de voordelen van de NNGB (Bijlage 1). De inhoud en lay-out van de teksten is constant gehouden. De narratieven en de informatieve tekst werden getoond aan de hand van screenshots. Door gebruik te maken van screenshots kwam het overeen met hoe de proefpersonen in het dagelijks leven een tekst op een website lezen. De screenshots die de proefpersonen te zien kregen waren afkomstig van de website www.smconline.nl (Sport Medisch Centrum Online). De bron, Sport Medisch Centrum Online, is gerelateerd aan het onderwerp van het onderzoek. Dit zorgde ervoor dat de informatie geloofwaardiger overkwam op de proefpersonen (Whaten & Burkell, 2002).
Proefpersonen en procedure
De proefpersonen van dit onderzoek waren Nederlanders van 55 jaar of ouder. Er is voor 55-plussers gekozen omdat het NISB een NNGB heeft opgesteld voor ouderen vanaf 55 jaar (NISB, 2014a). Enkel de leeftijd was een inclusiecriterium, verder waren er geen speciale kenmerken die proefpersonen in- of uitsloten.
Wegens de beperkte tijd die er was om data te verzamelen, is er gebruikgemaakt van een gelegenheidssteekproef: alleen kennissen, vrienden en familieleden van de onderzoekers, die voldeden aan de inclusiecriteria, werden benaderd. Het voordeel van een gelegenheidssteekproef is dat er in korte tijd gemakkelijk veel proefpersonen benaderd kunnen worden.
De proefpersonen zijn online en offline uitgenodigd om deel te nemen aan een experiment. De onderzoekers hebben vrienden, kennissen en familieleden van 55 jaar of ouder uitgenodigd via Facebook. In Bijlage 2 is de uitnodiging te zien die via Facebook is verstuurd. Tevens zijn er e-mails verstuurd (Bijlage 3) en zijn proefpersonen offline benaderd. In zowel de offline als de online uitnodigingen werden de proefpersonen doorverwezen naar de website www.smconline.nl, waar ze de online vragenlijst, die opgemaakt was in Qualtrics, in konden vullen. De vragenlijst was dus geïntegreerd in deze website. De reden hiervoor is dat de link naar Qualtrics veel tekens bevatte die offline moeilijk te spellen en te onthouden waren. Op de homepage van www.smconline.nl werd verteld onder welke knop de vragenlijst te vinden was.
Voorafgaand aan het onderzoek zijn alle proefpersonen ingelicht over het doel van het onderzoek, echter wel met een coverstory. De coverstory bevatte niet het echte doel van het onderzoek, maar lichtte toe dat het onderzoek zich enkel richtte op het beweeggedrag van 55-plussers. Er is gebruikgemaakt van een coverstory om psychologisch realisme van de onderzoekssituatie tot stand te brengen (Aronson, Wilson, & Akert, 2010). Hiermee wordt bedoeld dat psychologische processen die geactiveerd worden door het experiment zoveel mogelijk lijken op psychologische processen in het dagelijks leven. Dit maakt generalisatie naar vergelijkbare situaties beter mogelijk. Na het informeren werd er toestemming gevraagd aan de proefpersonen. Voordat de proefpersonen konden beginnen met het invullen van de vragenlijst, moesten zij eerst informed consent geven. Na het invullen van de vragenlijst zijn de proefpersonen gedebrieft (Bijlage 5). Met de debriefing werd de proefpersonen verteld dat het voornaamste doel van het onderzoek was om het effect van narratieve boodschappen (verhalen) in online gezondheidscommunicatie te achterhalen. Er is daarbij verteld dat het een onderzoek was naar de effecten van een narratieve boodschap op de intentie om meer te gaan bewegen.
Pre-test
Voordat het onderzoek van start ging is het onderzoeksinstrument gepretest door negen experts en acht vertegenwoordigers van de doelgroep. Op basis van deze feedback is er een optie opgenomen dat de proefpersonen de vorige vragen terug konden zien. Tevens werden de vragen voor de manipulatie (achtergrondgegevens) door de doelgroep als langdradig ervaren, vergeleken met de vragen na de manipulatie (manipulatiecheck, transportatie, zelfeffectiviteit en intentie). De onderzoekers hebben overlegd en kritisch gekeken welke achtergrondvragen voor de manipulatie het minst relevant waren voor het onderzoek. Vragen als: burgerlijke staat, werksituatie en vragen over roken, voedingspatroon en alcoholinname, zijn verwijderd. Daarnaast vond men dat de vragen over chronische ziekten niet werden ingeleid. Op basis hiervan werd de volgorde van de vragenlijst aangepast. De vragen over chronische ziekten werden bij de vraag over lichamelijke klachten geplaatst, in plaats van na de vragen over sportgedrag. Ook werd de zevenpuntschaal door de vertegenwoordigers van de doelgroep bij vragen over sociale contacten en de mogelijkheid om nieuwe mensen te ontmoeten, als onduidelijk ervaren. Vandaar dat deze vragen zijn veranderd in een ordinale variabele, met drie antwoordopties (veel/niet veel-niet weinig/weinig).
Onderzoeksinstrument
Nadat de proefpersonen toestemming hadden gegeven, begon de vragenlijst met een aantal vragen met betrekking tot de achtergrondgegevens van de proefpersonen (Bijlage 5). Na de achtergrondgegevens volgde de manipulatie waarna de manipulatiecheck volgde met vervolgens vragen over transportatie, zelfeffectiviteit en intentie.
Achtergrondvariabelen. De volgende achtergrondkenmerken van ontvangers werden
gemeten: geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, internetgebruik, gezondheid, beweeg- en sportgedrag. Opleidingsniveau werd gemeten met de vraag naar hoogst genoten opleidingsniveau, gemeten met vier antwoordopties (lager onderwijs, middelbaar onderwijs, mbo, hbo/WO). Internetgebruik werd gemeten met de vraag of men wel eens gebruikmaakt van internet, gemeten met twee antwoordopties (ja/nee). De proefpersonen die gebruikmaakten van internet konden aangeven wat het gemiddelde aantal uren internetgebruik per dag was. Gezondheid werd gemeten door te vragen naar het hebben van één of meer chronische ziekten, met daarbij een vraag of de chronische ziekte(n) het beweeg- of sportgedrag beperkte, gemeten met een zevenpuntschaal (1 = dit beperkt mij daarin helemaal niet, 7 = het beperkt mij daarin volledig). Beweeggedrag werd gemeten met de vraag naar het gemiddeld aantal uren matig intensief bewegen (buiten het sporten om) per week. Sportgedrag werd gemeten met de vraag of men wel eens sport, gemeten met twee antwoordopties (ja/nee) met daarbij de vraag hoe vaak men sport, gemeten met vijf antwoordopties (1 = minder dan 3 keer per maand, 5 = meer dan zeven keer per week).
Manipulatiecheck. Om te testen of de manipulatie van de narratieven geslaagd was, werd een manipulatiecheck opgenomen in de vragenlijst. Proefpersonen konden aangeven of het stuk tekst dat zij net gelezen hadden een persoonlijke ervaring bevatte of een informatieve tekst, zonder persoonlijke ervaring.
Transportatie. Transportatie werd gemeten aan de hand van de transportatieschaal (Green & Brock, 2000). Deze schaal bestond oorspronkelijk uit elf items, maar vier items die niet van toepassing waren op dit onderzoek werden buiten beschouwing gelaten. Zo werd er bijvoorbeeld voor gekozen om wel de items mee te nemen die betrekking hadden op eventuele afleiding tijdens het lezen, zoals “Terwijl ik het tekstfragment las was ik afgeleid door gebeurtenissen om mij heen” en “Terwijl ik het tekstfragment las dwaalden mijn gedachten af”. Ook werden items meegenomen die betrekking hadden op de betrokkenheid van de proefpersonen bij het narratief tijdens het lezen, zoals “Ik was mentaal betrokken bij het tekstfragment terwijl ik het las”. Voorbeelden van items die uit de oorspronkelijke schaal werden weggelaten zijn; “Ik wilde weten hoe het verhaal afliep”, omdat het narratief in de manipulatie een duidelijk begin, middenstuk en einde had, en “Na afloop van het verhaal vond ik het makkelijk om de gebeurtenissen uit het verhaal uit mijn hoofd te zetten”, omdat het narratief in de manipulatie in principe geen schokkende of emotioneel belastende informatie bevat werd dit item ook buiten beschouwing gelaten. De transportatieschaal in dit onderzoek bevatte zeven items, gemeten op een zevenpuntsschaal (1 = in het geheel niet, 7 = zeker wel).
Zelfeffectiviteit. Zelfeffectiviteit werd gemeten aan de hand van twee items, zoals ‘Ik ben er zeker van dat ik minimaal 5 keer per week een half uur per dag matig intensief kan bewegen’, gemeten op een zevenpuntsschaal (1= helemaal niet waar, 7 = helemaal waar).
Intentie. De intentie werd gemeten aan de hand van de vraag ‘Ik ben van plan om vanaf nu minimaal 5 keer per week een half uur per dag matig intensief te gaan bewegen’, gemeten op een zevenpuntsschaal (1 = helemaal niet mee eens, 7 = helemaal mee eens).
Analyseplan
Beschrijvende statistiek. Voor de categorische variabelen: geslacht, opleidingsniveau, gezondheid en sportgedrag, is de steekproef beschreven met frequencies. Hierbij zijn percentage (%) en aantal proefpersonen (N) gerapporteerd. Voor de continue variabelen: leeftijd, internetgebruik, gezondheid en beweeggedrag, is de steekproef beschreven met descriptives. Hierbij zijn gemiddelde (M), standaarddeviatie (SD) en eventueel de range (minimum en maximum) gerapporteerd. Ook zijn met descriptives de extreme waarden geïnventariseerd.
Betrouwbaarheidsanalyse. Voor de theoretische concepten transportatie en zelfeffectiviteit is er een factoranalyse en een betrouwbaarheidsanalyse uitgevoerd om te kijken of alle items samen wel een betrouwbare schaal vormden.
Hypothese toetsen. Hypothese H1a ‘online gezondheidsboodschappen met narratieven leiden tot meer transportatie dan online gezondheidsboodschappen zonder narratieven’ is getoetst met een onafhankelijke t-toets voor het verschil tussen twee gemiddelden. De hypothesen H1b ‘transportatie heeft een positief effect op intentie’, H2a ‘transportatie heeft een positief effect op zelfeffectiviteit’ en H2b ‘zelfeffectiviteit heeft een positief effect op intentie’ zijn getoetst met een enkelvoudige regressieanalyse. De hypothesen H1c ‘het effect van narratieven in online gezondheidsboodschappen op intentie wordt gemedieerd door transportatie’ en H2c ‘het effect van transportatie op intentie wordt partieel gemedieerd door zelfeffectiviteit’ zijn getoetst door middel van een mediatieanalyse.
Wil jij hulp bij het schrijven van het hoofdstuk onderzoeksmethoden? Onze professionele scriptiebegeleiders stellen graag samen met jou de onderzoeksmethoden op!