Topscriptie heeft al ruim 6.000 studenten geholpen
Laat ons je helpen bij je studie. Vraag direct gratis en vrijblijvend advies aan.
Reactie binnen 24 uur

WhatsApp een scriptiebegeleider
0614592593
Geschreven door: Mirjam de Winter
Laatst geüpdatet op: 11 augustus 2026
SPSS tips helpen je om je scriptiedata stap voor stap te analyseren, van het opzetten van een codeboek tot het uitvoeren van kruistabellen. Volg de vijf basisstappen op deze pagina om zelfstandig de belangrijkste SPSS analyses uit te voeren voor je scriptie.
Op deze pagina geven we je SPSS tips. We hebben de volgende vijf basisstappen (de belangrijkste SPSS tips) voor je op een rij gezet. Wanneer je deze stappen helemaal volgt, dan heb je de basis analyses uitgevoerd met behulp van deze SPSS tips.
Kun jij wel wat hulp gebruiken van een SPSS begeleider?

SPSS tips Stap 1: Transformeer je vragenlijst in een codeboek
Een codeboek is een overzicht van 1 of 2 A4 (afhankelijk van de omvang van je vragenlijst) waarbij je de antwoorden van de vragenlijst codes geeft en aangeeft wat die codes betekenen. Het is gebruikelijk om de code 0 alleen te gebruiken als er sprake is van een dummy variabele; in alle andere gevallen laat je de codering gewoon beginnen bij 1.


Stap 2: hoe verwerk je het codeboek in SPSS Variable View?
SPSS heeft twee basisschermen: Data View en Variable View. Je start je proces altijd in Variable View (je kan onderaan het scherm switchen tussen Data View en Variable View). In Variable View kan je het codeboek invoeren. Daarbij kan je achtereenvolgens de volgende cellen invullen:

Stap 3: hoe voer je je data in en controleer je op ontbrekende data?
Nu ben je klaar om je data in te voeren. Je gaat daarvoor naar het scherm Data View. In de kolommen staan alle variabelen zoals je die hebt aangemaakt. Iedere rij vertegenwoordigt één respondent. Gebruik voor ontbrekende data (Missing values) de code zoals je die hebt aangegeven in het codeboek (bijvoorbeeld -99). Via ‘Data’- ‘Define Variable Properties’ (in het scherm Variable View) kan je aanvinken welke waarden ‘Missing’ zijn.
Wanneer je de data online verzameld hebt, kan je die het beste rechtstreeks importeren in SPSS.
SPSS tip: Op YouTube zijn veel filmpjes te vinden over hoe je dit het beste kunt doen.

Stap 4: wat is beschrijvende statistiek in SPSS?
De term ‘beschrijvende statistiek’ zegt het al: je start je data-analyse met het beschrijven van je data. Dat beschrijven gaat meestal op twee manieren: 1) via frequentietabellen en 2) via centrum- en spreidingsmaten. Beide manieren worden hier besproken.
In een frequentietabel is te zien hoe vaak iedere waarde voorkomt per variabele. In SPSS krijg je een frequentietabel door de volgende stappen uit te voeren:
Centrummaten (zoals het gemiddelde) en spreidingsmaten (zoals de standaarddeviatie) zijn een andere manier om de data te beschrijven. Je verkrijgt de centrum- en spreidingsmaten in SPSS via de volgende stappen:

Stap 5: hoe maak je kruistabellen in SPSS?
Nadat je jouw data hebt beschreven, ga je die nader onderzoeken. Een eenvoudige manier om op zoek te gaan naar patronen in je data is door gebruik te maken van kruistabellen. In een kruistabel zet je twee variabelen tegen elkaar af, bijvoorbeeld ‘Tevreden met dienstverlening’ en ‘Geslacht’. In dat voorbeeld denk je dat de tevredenheid van de dienstverlening wel eens af zou kunnen hangen van het geslacht. ‘Tevredenheid met dienstverlening’ is in dat geval de afhankelijke variabele en ‘Geslacht’ de onafhankelijke variabele. Je maakt een kruistabel met SPSS via de volgende stappen:
Stel dat je in bovenstaand voorstel een verschil vindt tussen mannen en vrouwen in relatie tot de variabele ‘Tevredenheid met dienstverlening’. In dat geval wil je graag onderzoek of dat verschil significant is. Dat doe je door middel van een chikwadraattoets. In SPSS volg je de volgende stappen:
Het maken van een kruistabel kan alleen wanneer je data in categorieën presenteert. Wanneer je bijvoorbeeld leeftijd als absoluut getal hebt gevraagd in je enquête, kan je daar dus niet direct een kruistabel van maken. Je moet de data dan eerst hercoderen. Dat doe je als volgt:
Goed gedaan! Je hebt nu de basis van SPSS in kaart! Veelal is het nodig om je data vervolgens dieper te analyseren (vergeet niet om altijd voorafgaand aan het uitvoeren van deze analyses de assumpties te checken). Hieronder geven we je kort een aantal opties in SPSS:

Topscriptie wenst je veel succes bij de verwerking en analyse van jouw kwantitatieve data middels deze SPSS tips. Kom je er niet helemaal uit en heb je hulp nodig? We hebben verschillende SPSS begeleiders die je graag helpen.
Laat ons je helpen bij je studie. Vraag direct gratis en vrijblijvend advies aan.

WhatsApp een scriptiebegeleider
0614592593
Statistiek: assumpties
Alle onderwerpen in
Scriptietips
Nominale data bestaat uit categorieën zonder onderlinge rangorde, zoals geslacht of regio. Ordinale data heeft wel een logische volgorde, bijvoorbeeld tevredenheid op een schaal van zeer ontevreden tot zeer tevreden. Scale data is numeriek en geschikt voor het berekenen van een gemiddelde, zoals leeftijd. Het juiste meetniveau kiezen is belangrijk, omdat dit bepaalt welke analyses je later in SPSS kunt uitvoeren op die variabele.
Wanneer een respondent een vraag niet heeft beantwoord, moet je dit apart coderen met een waarde die nergens anders in je codeboek voorkomt, bijvoorbeeld -99. Zo voorkom je dat SPSS deze ontbrekende antwoorden per ongeluk meerekent als een geldig antwoord. Via Define Variable Properties geef je vervolgens aan welke waarden als missing moeten worden behandeld, zodat je analyses kloppen.
Een frequentietabel gebruik je wanneer je wilt weten hoe vaak elke waarde van één variabele voorkomt, bijvoorbeeld hoeveel respondenten man of vrouw zijn. Een kruistabel gebruik je wanneer je twee variabelen tegen elkaar wilt afzetten, bijvoorbeeld tevredenheid uitgesplitst naar geslacht. Zo ontdek je of er een mogelijk verband bestaat tussen twee variabelen in je dataset.
Om te bepalen of een gevonden verschil significant is, voer je een chikwadraattoets uit via Analyze, Descriptive Statistics en Crosstabs. Kijk in de output naar de Pearson Chi-Square waarde. Is het significantieniveau kleiner dan 0.05? Dan mag je met 95% betrouwbaarheid concluderen dat er een significant verschil bestaat tussen de onderzochte groepen.
Alleen wanneer je leeftijd als los getal hebt uitgevraagd, moet je deze eerst hercoderen naar categorieën voordat je een kruistabel kunt maken. Dit doe je via Transform en Recode into Different Variables, waarbij je bijvoorbeeld de categorieën tot en met 50 jaar en ouder dan 50 jaar aanmaakt. Bij data die al in categorieën is verzameld, is deze stap niet nodig.
Een intakegesprek is altijd geheel vrijblijvend, we geven je graag meer persoonlijke informatie en een advies op maat, zodat je vooraf een goed beeld hebt bij wat we voor jou kunnen betekenen.
