Wat is een hypothese en waarom moet je een hypothese opstellen?
Een hypothese is een verwachting over wat je denkt te vinden in je onderzoek. Je baseert die verwachting op theorie en eerder onderzoek en formuleert haar voordat je gegevens verzamelt. Je kunt bijvoorbeeld verwachten dat studenten die langer slapen gemiddeld hogere tentamencijfers halen. Dat is iets anders dan een onderzoeksvraag: met de onderzoeksvraag geef je aan wat je wilt weten, met de hypothese voorspel je dus eigenlijk wat je denkt te vinden.
Je hypothese helpt bepalen welke gegevens je nodig hebt en welke analyse daarbij past. Bij toetsend kwantitatief onderzoek leid je hypotheses doorgaans af uit je theoretisch kader. Niet elk onderzoek vraagt om een hypothese; bij verkennend of kwalitatief onderzoek kan een onderzoeksvraag beter passen.
Hoe ga je aan de slag met hypothese opstellen? In vier stappen
Een handige manier om een hypothese op te stellen, is om deze vier stappen te volgen:
- Formuleer je onderzoeksvraag. Maak duidelijk wat je wilt onderzoeken en welke variabelen een rol spelen.
- Doe literatuuronderzoek. Kijk wat eerdere studies vertellen over het verband tussen je variabelen. De gevonden literatuur hoeft niet precies dezelfde onderzoeksvraag te behandelen. Onderzoek naar een vergelijkbaar onderwerp of een andere doelgroep kan ook helpen om je verwachting te onderbouwen.
- Formuleer je verwachting. Schrijf in één duidelijke zin wat je verwacht, voor welke groep dit geldt en, als je dat kunt onderbouwen, in welke richting het verband loopt.
- Controleer of je hypothese toetsbaar is. Zijn de begrippen voldoende duidelijk en kun je ze meten? Bedenk ook welke uitkomst zou laten zien dat je verwachting niet klopt.
Een conceptueel model kan helpen om de verbanden in je onderzoek overzichtelijk te maken. Als je een bepaald verband wilt toetsen, formuleer je daar een passende hypothese bij. Kijk wel goed of iedere pijl in je model ook echt een afzonderlijke hypothese nodig heeft.
Aan welke eisen moet een goede hypothese voldoen?
Loop bij het formuleren van je hypothese deze punten na:
- Onderbouwd: je verwachting sluit aan bij theorie en eerder onderzoek.
- Toetsbaar: je kunt gegevens verzamelen en een analyse uitvoeren om je verwachting te onderzoeken.
- Falsifieerbaar: er moet een mogelijke uitkomst zijn die laat zien dat je hypothese niet klopt. Een hypothese die onder geen enkele omstandigheid weerlegd kan worden, is niet toetsbaar op deze manier.
- Duidelijke variabelen: benoem welke variabelen je onderzoekt. Vaak gaat het om een onafhankelijke en een afhankelijke variabele. De onafhankelijke variabele is niet automatisch de oorzaak; dat hangt onder meer af van je onderzoeksopzet.
- Specifiek: maak duidelijk op welke groep je hypothese betrekking heeft en welke richting je verwacht, als je die richting kunt onderbouwen.
- Meetbaar: leg uit hoe je abstracte begrippen, zoals zelfvertrouwen of stress, vertaalt naar concrete metingen. Dat heet operationaliseren.
De uitspraak ‘Social media is slecht voor jongeren’ is bijvoorbeeld te vaag. Je kunt dit concreter maken: ‘Jongeren van 15 tot 18 jaar die dagelijks minstens drie uur op social media zitten, scoren gemiddeld lager op zelfvertrouwen dan jongeren die maximaal één uur per dag social media gebruiken.’ In dit voorbeeld is socialmediagebruik de onafhankelijke variabele en zelfvertrouwen de afhankelijke variabele. De precieze manier waarop je zelfvertrouwen meet, moet je vervolgens in je onderzoek beschrijven.
Wat is het verschil tussen een nulhypothese en een alternatieve hypothese?
Bij statistisch toetsen formuleer je vaak een nulhypothese (H0) en een alternatieve hypothese (H1). H0 gaat meestal uit van geen effect, geen verschil of geen samenhang. H1 beschrijft het effect, verschil of verband dat je onderzoekt. Als je een gerichte verwachting hebt, geef je ook aan welke richting je verwacht.
Neem als voorbeeld een onderzoek naar sporten en tentamencijfers:
- H0: studenten die dagelijks een uur sporten, halen gemiddeld hetzelfde tentamencijfer als studenten die niet sporten.
- H1: studenten die dagelijks een uur sporten, halen gemiddeld een hoger tentamencijfer dan studenten die niet sporten.
Je toetst de nulhypothese. Bij een significantieniveau van .05 verwerp je H0 als de p waarde lager is dan .05. Dat is statistische aanwijzing tegen H0, maar geen bewijs dat H1 waar is. Is de uitkomst niet significant, dan verwerp je H0 niet. Dat betekent niet automatisch dat er geen effect of verband bestaat; de steekproef kan bijvoorbeeld te klein zijn om een bestaand effect aan te tonen.
Welke soorten hypotheses kun je opstellen?
Welke indeling je gebruikt, hangt af van wat je precies wilt onderzoeken. Hieronder staan voorbeelden van hypotheses over een oorzaak en gevolg, een samenhang en een verschil tussen groepen.

Als je vooraf een richting voorspelt, bijvoorbeeld een hogere score of een lager stressniveau, is je hypothese gericht. Als je alleen voorspelt dat er een verschil of verband is, zonder de richting vast te leggen, is de hypothese ongericht.
Welke voorbeelden van een hypothese met H0 en H1 zijn er?
De voorbeelden hieronder laten zien hoe je een onderzoeksvraag kunt vertalen naar H0 en H1. Let erop dat de formulering van H1 past bij de onderzoeksvraag en bij wat je op basis van de literatuur verwacht.

In het derde voorbeeld is H1 ongericht: je voorspelt een verschil tussen ochtend en avond, maar niet welke groep hoger scoort. De eerste twee voorbeelden voorspellen wel een richting.
Hoe ziet een hypothese opstellen eruit in een scriptie?
Een concreet voorbeeld maakt duidelijk hoe hypotheses opstellen in een scriptie werken. Voor mijn masterscriptie onderzocht ik met 70 studenten of het spelen van Tetris invloed had op de intensiteit van emoties en op het onthouden van details. De deelnemers zagen eerst een positief of negatief filmfragment. Daarna speelde de ene groep Tetris en de andere groep niet. Op basis van mijn onderzoeksvraag en de literatuur formuleerde ik drie hypotheses:
- Hypothese 1: na een positief filmfragment nemen positieve emoties toe en negatieve emoties af. Na een negatief filmfragment verwachtte ik het omgekeerde.
- Hypothese 2: bij deelnemers die Tetris spelen, vlakken de emoties af. Ik verwachtte daarom dat zowel de positieve als de negatieve emoties lager zouden scoren dan bij de controlegroep.
- Hypothese 3: na een negatief filmfragment onthouden deelnemers meer centrale details, terwijl ze na een positief filmfragment meer perifere details onthouden.
In deze hypotheses beschreef ik wat ik verwachtte te meten en bij welke omstandigheden. De richting van de verwachting was vooral bij de eerste twee hypotheses duidelijk vastgelegd.
Wat doe je als je hypothese niet wordt bevestigd?
De resultaten kwamen niet bij alle hypotheses overeen met mijn verwachting. Hypothese 1 werd ondersteund (p = .003). Voor hypothese 2 scoorde de Tetrisgroep wel lager, maar de verschillen met de controlegroep waren niet statistisch significant (p = .258 voor negatieve emoties en p = .317 voor positieve emoties). Bij hypothese 3 was er geen significant hoofdeffect van het soort film op het onthouden van details (p = .59), maar er was wel een interactie met de Tetrisconditie (p < .001).
In de discussie keek ik daarom naar mogelijke verklaringen. De emoties die de filmfragmenten opriepen, waren mogelijk minder intens dan emoties die door een traumatische gebeurtenis worden veroorzaakt. Ook had ik de belasting van het werkgeheugen niet gemeten. Dat zijn mogelijke verklaringen om te bespreken, geen conclusies die je op basis van deze resultaten met zekerheid kunt trekken. Juist daarom is het belangrijk om een niet bevestigde hypothese niet simpelweg weg te laten, maar kritisch te bespreken wat je resultaten wel en niet laten zien.
Moet je bij een hbo scriptie ook een hypothese opstellen?
Een hypothese is vooral gebruikelijk bij toetsend kwantitatief onderzoek, bijvoorbeeld een experiment of een enquête waarin je statistische verbanden onderzoekt. Bij een praktijkgerichte hbo scriptie ligt de nadruk soms meer op het beantwoorden van deelvragen en het formuleren van een advies. Dan is een hypothese niet altijd nodig. Controleer de richtlijnen van je opleiding of bespreek het met je begeleider.
Als je wel hypotheses opstelt, is operationaliseren vaak een volgende stap. Je beschrijft dan hoe je de begrippen uit je hypothese concreet gaat meten.
Wat zijn de belangrijkste tips voor hypothese opstellen?
Gebruik deze punten als controlelijst voordat je je hypotheses definitief maakt:
- Begin met een duidelijke en afgebakende onderzoeksvraag.
- Onderbouw je verwachting met literatuur.
- Formuleer een hypothese voor elk verband dat je daadwerkelijk wilt toetsen.
- Maak duidelijk welke variabelen en doelgroep je bedoelt en geef de verwachte richting aan als je die kunt onderbouwen.
- Formuleer je hypotheses voordat je de resultaten bekijkt. Zo voorkom je dat je achteraf een verwachting presenteert alsof je die vooraf al had.
Twijfel je of je hypothese goed aansluit op je onderzoeksvraag en theoretisch kader? Neem contact op met Topscriptie voor een gratis kennismaking met een scriptiebegeleider.